news
Amsterdamse economische cijfers wijzen op druk voor bewoners door arbeidsmarktkrapte en materiaalgebruik
Gegevens over de dienstensector, bezoekersgroei en grondstoffenverbruik laten directe gevolgen zien voor werkgelegenheid en duurzaamheidsdoelen voor Amsterdammers.
Hoe we dit hebben gemaakt
De Amsterdamse dienstensector was in 2022 goed voor 23,2 procent van het totale Nederlandse bbp en groeide dat jaar lokaal met 4,5 procent, aangejaagd door het herstel van het toerisme. Deze cijfers komen samen met signalen van een krappe arbeidsmarkt en een hoger dan verwacht materiaalgebruik, twee ontwikkelingen die direct van invloed zijn op de toegang tot werk en het tempo waarmee milieudoelen worden behaald.
Arbeidsmarkt en toegang tot werk
In 2022 stond in Amsterdam tegenover elke zes openstaande vacatures slechts één kortdurig werkloze. Door deze verhouding hebben veel bewoners beperkte directe mogelijkheden wanneer ze op zoek zijn naar een nieuwe baan, ook al groeit de dienstensector. De onevenwichtigheid heeft gevolgen voor de financiële planning van huishoudens en voor de carrièremobiliteit binnen de grootste economische regio van het land.
Toeristische groei en druk op lokale voorzieningen
Het aantal toeristen steeg in 2022 met 138 procent tot 6,9 miljoen bezoekers. Internationale reizigers vormden 76,8 procent van het totaal en namen met 194 procent toe ten opzichte van het niveau van vóór de pandemie. De toegenomen bezoekersstromen verhogen de druk op woningen, openbaar vervoer en openbare ruimtes die bewoners het hele jaar door gebruiken, terwijl ze tegelijkertijd bijdragen aan de geregistreerde groei van de dienstensector.
Materiaalgebruik en doelen voor de circulaire economie
Amsterdam omarmde in 2020 het Donuteconomie-model om het herstel na COVID in goede banen te leiden. De stad streeft naar een volledig circulaire economie in 2050 en wil het gebruik van primaire abiotische grondstoffen in 2030 gehalveerd hebben. Afzonderlijke metingen laten zien dat het werkelijke materiaalgebruik van de stad in 2019 uitkwam op 73,4 miljard kilogram voor de gehele economie, 61 keer hoger dan eerdere schattingen. De zogeheten scope 3-uitstoot als gevolg van consumptie vertegenwoordigt 70 tot 90 procent van de totale stedelijke uitstoot. Deze hoeveelheden hangen rechtstreeks samen met de doelstellingen van het Donutmodel en beïnvloeden langetermijnkeuzes rondom consumptie, afval en uitstoot die de leefomstandigheden in de stad raken.
De gemeentelijke autoriteiten blijven deze indicatoren afzetten tegen de in 2020 gemaakte afspraken in het kader van het Donutmodel. Bewoners kunnen de voortgang volgen via officiële gemeentelijke rapporten over het Donutmodel en de circulaire economie, en zo zien hoe gemeten doelstellingen worden vertaald naar concreet lokaal beleid.