news
Amsterdamse hulpdiensten kampen met personeelstekort: dit verandert er de komende tijd
Nu de uitruktijden oplopen en de begrotingsdruk toeneemt, moeten de brandweer en ambulancedienst kiezen tussen het uitbreiden van diensten of het verminderen van dekking in randgebieden.
Hoe we dit hebben gemaakt

De Amsterdamse hulpdiensten staan op een kruispunt. De brandweer en de ambulancemeldkamer, die jaarlijks zo'n 180.000 meldingen verwerken voor de hele metropoolregio, gaan augustus in met een bezetting die vijftien procent onder de norm ligt, precies de periode waarin de zomervakantie de stad kwetsbaar maakt en snelle uitruktijden cruciaal zijn.
De urgentie is groot, omdat de begrotingscyclus van de gemeenteraad voor 2027 in september sluit. Leidinggevenden van de hulpdiensten moeten hun plannen verdedigen voordat wethouders beslissen over bezuinigingen of uitbreidingen. Wat de komende weken wordt besloten, bepaalt of Amsterdam de huidige uitruktijden kan handhaven of langere wachttijden accepteert in stadsdelen als Oost en Zuidoost, waar het aantal meldingen sinds 2023 met acht procent is gestegen.
De Amsterdamse Brandweer, met vijf hoofdkazernes waaronder het historische hoofdbureau aan de Nes in het stadscentrum en een tweede basis in Amsterdam-Noord, telt momenteel 487 actieve brandweerlieden tegenover een streefgetal van 560. De ambulancedienst, uitgevoerd door Medische Hulpverlening Amsterdam, coördineert de inzet vanuit het operationeel centrum nabij station Sloterdijk en verwerkt maandelijks zo'n 12.000 spoedritten in de metropoolregio. Beide diensten melden dat medewerkers afhaken door burn-out of vertrekken naar lager betaalde functies in omliggende gemeenten.
De cijfers achter het tekort
De gemiddelde uitruktijd bij brandmeldingen binnen Amsterdams grondgebied van 219 vierkante kilometer is opgelopen van vijf minuten en achtenvijftig seconden naar zes minuten en tweeënveertig seconden. Voor levensbedreigende medische meldingen is de uitruktijd op het 95e percentiel, de maatstaf die er het meest toe doet, gestegen naar tien minuten en vijftien seconden, waarmee de interne norm van tien minuten is overschreden. In de Bijlmer, waar complexe bereikbaarheidsproblemen en dichte woonblokken voertuigen vertragen, lopen de uitruktijden tijdens piekuren regelmatig op tot meer dan twaalf minuten.
Werving en behoud van personeel vormen de kern van het probleem. Het startsalaris van een Amsterdamse brandweerman bedraagt 2.340 euro per maand, tegenover 2.480 euro in Utrecht. De woningcrisis verergert de situatie: nieuwe medewerkers van de hulpdiensten kunnen geen huurwoning vinden in de buurt van hun kazerne en zijn gedwongen lange reistijden te maken, wat de vermoeidheid vergroot. De brandweer registreerde in 2025 al 34 vertrekken, waarbij in exitgesprekken woonlasten en werkdruk als voornaamste redenen werden genoemd.
De ambulancedienst staat voor andere uitdagingen. Ambulanceverpleegkundigen behandelen niet alleen trauma- en hartstilstandsituaties, maar worden ook steeds vaker ingezet bij psychiatrische crises en valincidenten bij ouderen, meldingen die veel tijd kosten, maar niet dezelfde prioriteit krijgen als traumazorg. Medische Hulpverlening Amsterdam registreerde vorig jaar 4.200 psychiatrische spoedoproepen, een stijging van 22 procent ten opzichte van 2020.
Wat er nu gaat gebeuren: drie scenario's
De directie van de hulpdiensten heeft drie begrotingsvoorstellen ingediend bij de verantwoordelijke wethouders voor openbare veiligheid. De eerste optie voorziet in de aanstelling van 85 nieuwe brandweerlieden en 12 ambulanceverpleegkundigen voor 2027, tegen een jaarlijkse kostprijs van 6,8 miljoen euro inclusief opleiding en uitrusting. Dit zou de volledige bezetting herstellen en de uitruktijden in alle stadsdelen verbeteren.
De tweede optie handhaaft het huidige aannametempo, ongeveer 25 brandweerlieden en 6 ambulanceverpleegkundigen per jaar, maar herstructureert de dienstroostering om de beschikbare capaciteit optimaal te benutten. Dit levert een besparing op van 2,1 miljoen euro, maar bestendigt langere uitruktijden in buitenwijken en is afhankelijk van vrijwillige overuren die de diensten naar eigen zeggen al tot het maximale uitputten.
De derde optie herverdeelt middelen door de vrijwilligerskazerne in Amsterdam-West te sluiten en de dekking samen te voegen vanuit de Nes en de Westparkkazerne. Dit bespaart 1,4 miljoen euro, maar verlengt de uitruktijden in de grachtengordel en westelijke woonwijken naar schatting gemiddeld met negentig seconden.
De begrotingsbehandelingen in de gemeenteraad beginnen op 2 september. Wethouders moeten deze opties afwegen tegen andere financiële claims: de stikstofcrisis heeft al aanzienlijke middelen opgeslokt voor agrarische steun, en het doorlopende programma voor de uitbreiding van fietsroutes vergt blijvende investeringen. Leidinggevenden van de hulpdiensten geven aan het hardst te zullen pleiten voor de eerste optie. Zij stellen dat verslechterende uitruktijden aansprakelijkheidsrisico's met zich meebrengen, en dat huisvestingsondersteuning voor nieuwe medewerkers in combinatie met salarisaanpassingen een oplosbaar probleem is, mits nu gefinancierd, in plaats van te wachten tot de personeelsbezetting instort.
Amsterdammers en ondernemers kunnen alvast rekening houden met de volgende tijdlijn: besluiten die deze herfst worden genomen, werken door in de begroting van 2027, waardoor eventuele verbeteringen in de uitruktijden pas over achttien maanden merkbaar zullen zijn. Wie woont of werkt in buitenwijken als Oost of Zuidoost, moet er voorlopig van uitgaan dat de huidige wachttijden tot zeker medio 2027 van kracht blijven. De vraag die de raad moet beantwoorden, is of de stad dit accepteert als een gegeven van het beheren van een steeds drukker metropoolgebied, of dat de capaciteit van de hulpdiensten dezelfde prioriteit verdient als trams en fietspaden.